ADVERTISEMENT

Sissy-Boy bestaat 35 jaar: een uniek kijkje in de keuken

Het Nederlandse merk over succes en groene ambities

Sissy-Boy bestaat dit jaar precies 35 jaar. Tijd dus voor een gesprek in het nieuwe kantoor met CEO Victor van Nieuwenhuizen over hervonden succes, goede smaak en duurzaamheid.

Bij binnenkomst in het nieuwe hoofdkantoor van Sissy-Boy in Amsterdam-Noord waan je je in een wereld op zich. Ten eerste omdat er in de oude loods van glas en spaanplaten een ‘nieuwe wereld’ is gebouwd van allemaal houten ‘bunkers’. Daarbij is het een alles-in-eenplek met kantoren, vergaderzalen, een restaurant en zelfs een yogaruimte. En uiteraard omdat er onmiddellijk een Sissy-Boy-gevoel wordt opgeroepen door de vele planten, meubels en mode van eigen merk. ‘Life designed with Sissy-Boy’, noemt het Nederlandse instituut dat zelf. We spreken Victor van Nieuwenhuizen, sinds 2012 CEO, in een ruimte uitkijkend over de rest van het kantoor.  

Sissy-Boy bestaat precies 35 jaar, gaan jullie het vieren?

“Niet per se. We hebben sinds twee maanden dit nieuwe hoofdkantoor waar veel tijd in is gaan zitten, maar daarnaast vind ik 35 jaar niet echt een momentum; dat is 30 of 40 jaar wel. We hebben nog genoeg andere redenen voor feestjes, zoals nieuwe filialen in België en binnenkort in Duitsland.”

Sissy-Boy heeft het oude succes weer terug, kunnen we dat zo zeggen?

“Daarvoor moeten we eerst naar de geschiedenis kijken. Sissy-Boy is opgericht door Michael Smit; samen met zijn vrouw runde hij dit familiebedrijf met liefde voor esthetiek. Ze verkochten mooie brocante, interieuraccessoires en kleding van kwalitatief hoogwaardige stoffen. Het bedrijf was tot begin twintigste eeuw hip en vernieuwend, met merken als Ralph Lauren en Diptique. Dat stijlgevoel verdween een beetje toen meneer Smit in 2005 ernstig ziek werd.”

Wanneer kwam jij in aanraking met Sissy-Boy?

“Ik ontmoette Michael Smit in 2008. Toentertijd werkte ik bij CoolCat, daarvoor bij de Bijenkorf. Ik vond Sissy-Boy een bedrijf met een authentiek DNA, maar zag ook de rommelige achterkant van het bedrijf. Organisatorisch was Sissy-Boy niet op het hoogtepunt. Michael Smith overleed uiteindelijk veel te jong in 2011. Vervolgens ben ik erin gestapt, samen met investeringsmaatschappij Varova waar ook gsus en K.O.I. bij horen.”

© Sissy-Boy
1/9
© Sissy-Boy
© Sissy-Boy
2/9
© Sissy-Boy
© Sissy-Boy
3/9
© Sissy-Boy
© Sissy-Boy
4/9
© Sissy-Boy

Wat heb je als eerste gedaan?

“Mijn handen jeukten om de organisatie aan te pakken, maar het familiebedrijf was in diepe rouw. Het eerste wat ik voorzichtig deed, was het bedrijf gezond maken en een nieuwe bedrijfscultuur implementeren, met ervaren mensen. Er was te veel voorraad. Ik heb de omloopsnelheid omhoog gegooid en de producten kwalitatief beter gemaakt. De esthetiek is aangepast, want de vernieuwing was eruit. De vernieuwer zelf, Michael Smit, was immers al jaren ziek. We wilden onze klanten zich weer laten herkennen in onze spullen. Dus hebben we eerst de Sissy-Boy-stijl duidelijk op papier gezet samen met de weduwe van Michael Smit en reclamebureau KesselsKramer. We hebben er een jaar over gedaan onze visie te formuleren, een brandboek te maken en de doelgroep in kaart te brengen.”

Wie is die doelgroep?

“Je kan zeggen tussen de 25 en 45, maar eigenlijk is die doelgroep niet per se in leeftijd te vangen. Het gaat om een levensfase en een gevoel: life designed with Sissy-Boy. We willen, simpel gezegd, het leven van klanten leuker maken. Onze winkels en collecties zijn toegankelijk en niet te duur, maar ook niet te goedkoop. We spreken daarmee niet per se studenten aan, die gaan voor de fast fashion. Daar kunnen en willen we niet mee concurreren.”

Hoe vaak introduceren jullie nieuwe collecties?

“Voor mode geldt dat we vijf collecties per jaar hebben, maar we voeren twaalf keer nieuwe voorraad aan. Bij home zijn er vier collecties per jaar. We verkopen in principe vooral ons eigen merk, aangevuld met andere merken als we iets zelf niet kunnen maken. Het aanbod verschilt per filiaal. Sommige winkels zijn zestig vierkante meter, andere bijna warenhuizen. In Eindhoven hebben we een winkel van tweeduizend vierkante meter. Wat we verkopen kan wisselen, zo verkopen we in sommige filialen ook meubels en planten. Binnen onze formule kan alles, we moeten alleen oppassen dat we niet te veel willen.”

Ja, want jullie doen ook veel evenementen, zoals de Summer Market en kerstmarkt?

“Klopt, die zijn begonnen toen ik hier begon en zag hoeveel voorraad er was. We nodigden andere merken uit als aanvulling: de kerstmarkt was geboren. Dat was een enorm succes en nog steeds. Het bevestigt dat we een soort curator zijn, een lifestyle-merk.”

© Sissy-Boy
5/9
© Sissy-Boy
© Sissy-Boy
6/9
© Sissy-Boy

Op jullie website is veel te lezen over jullie duurzame inborst, heb jij die ingevoerd?

“Toen ik begon verkochten we al stoelen gemaakt van gerecyclede melkpakken en gebruikten we in onze restaurants, de Daily’s, al lokale producten. Maar mode is per definitie belastend voor het milieu. We richten ons daarom ten eerste op de duurzaamheid van het product en maakproces: we hebben het  ‘Convenant Nederlandse Kleding en Textiel’ ondertekend en zit bijna onze hele keten bij BSCI, de Europese organisatie Business Social Compliance Initiative. Alle interieurkatoenen worden biologisch geproduceerd, voor de modelijnen gebruiken we regelmatig biologisch katoen en streven naar steeds meer inzet hiervan. We werken alleen maar met goedgekeurde fabrieken en die worden steeds beter qua arbeidsomstandigheden en productiemethodes. Ook streven we naar een zo duurzaam mogelijk geproduceerde yogalijn met bijvoorbeeld gerecycled polyester en biologisch katoen. Daarnaast willen we ook lokaal en duurzaam werken in onze winkels én op kantoor.”

Hoe willen jullie duurzaam werken?

“In dit gebouw, een oude opslagloods, mogen we zeven jaar zitten. Hij is niet geïsoleerd, daarin investeren voor ‘maar’ zeven jaar is niet slim. Dus hebben we er met een circulaire gedachtegang naar gekeken. Met een heel team, waaronder met Sustainer Homes dat tiny houses bouwt, kwamen we tot wat het nu is: een recyclebare stad van in elkaar geklikte containers van hout. De loods dient als beschermende schil. Als we hier over zeven jaar weggaan kunnen we die containers ergens anders neerzetten. Daarnaast hebben we een tweedehands airco op het dak, een tweedehands keuken in onze kantine en meubels en lampen uit het oude kantoor. In onze winkels zijn we ook zo duurzaam mogelijk: we hebben bijvoorbeeld LED-verlichting en kijken naar zonne-energie.”

© Sissy-Boy
7/9
© Sissy-Boy
© Sissy-Boy
8/9
© Sissy-Boy

Zijn er nog verbeterpunten?

“Vergeet niet dat we een relatief klein bedrijf zijn met zeventig mensen op kantoor. Daarnaast is duurzaamheid niet een van onze Unique Selling Points: we gebruiken het niet om ons merk onder de aandacht te brengen. We doen vooral veel achter de schermen. En verbeterpunten? We willen nog transparanter worden en nog meer aandacht hebben voor de mensen die voor ons produceren en de wereld om ons heen. We overleggen momenteel met het Leger des Heils wat zij kunnen met de kleding die wij over hebben. Nu geven we ons overschot aan goede doelen of maken we er knuffeldierkonijnen van. Deze ‘Flip’ wordt gemaakt bij iDid dat allerlei vrouwen leert naaister te worden. Die Flips verkopen we weer in onze winkels. Onze yogadocent betalen we ook in kledingoverschotten die zij naar vluchtelingen op Lesbos stuurt. Zo hebben we geen restproducten. En er kan vast nog veel meer beter; maar stapje voor stapje….”

© Sissy-Boy
9/9
© Sissy-Boy
ADVERTISEMENT