ADVERTISEMENT

Modefabriek #2: zeven prikkelende vragen over de toekomst van de mode

In samenwerking met Modefabriek organiseert Amsterdam FashionWeek ‘Winterschool’

In samenwerking met Modefabriek organiseert Liesbeth in 't Hout de masterclass. Onder leiding van Peter Leferink gingen panelleden Remco van der Velden (Ontour), Marlou Breuls, Johannes Offerhaus en Sunanda Chandry Koning de discussie aan over de toekomst van mode. 

Aan de hand van zeven vragen discussieerden de modeontwerpers over hun visie op de toekomstige modewereld. Remco van de Velden van Ontour deelt vooral zijn expertise in retail, Marlou haar visie op mode en maatschappelijke kwesties, Sunanda probeert het belang van duurzaamheid te belichten, Johannes wil dat er meer buiten bestaande mode wordt gedacht en Peter spreekt over zijn ervaringen in het onderwijs. Ook het publiek wordt actief betrokken en gevraagd hun mening uit te spreken. Een uitgebreid verslag van een boeiend gesprek.

1. Wat is de rol van mode in de toekomst?

Johannes: “De rol van mode is al jarenlang hetzelfde: een middel waarmee we ons onderscheiden, om zo een individuele stijl te laten zien. Die functie blijft in de toekomst zeker houden, ik denk meer dat de rol van ontwerpers verandert.”

Remco: “Functionaliteit van kleding en materiaal verandert, technologie, geografie, demografie dragen daaraan bij. Kleding reageert meer op externe aspecten, dus moet het daar sneller op anticiperen.”

Sunanda: “Het begrip ‘mode’ is zo groot, ik denk dat ‘goede’ kleding een grotere rol gaat krijgen. Betere kwaliteit, duurzaamheid, dat wordt steeds belangrijker. Ik gok dat Zara/H&M de rol van expressie op zullen geven, dat aan de experts over laten en zich meer richten op items die je daarbij kunt combineren.”
Uit het publiek reageert Regina Kok van Style-U Up: “Mode zal meer worden gezien als kunst en verschuift van massaproductie naar maatwerk. Er is een golfbeweging gaande die aansluit op economie, politiek en omgeving.”

2. De mode-industrie is op de olie-industrie na de meest vervuilende ter wereld. Welke veranderingen zouden er gemaakt moeten worden?

Sunanda: “Minder consumeren. Er is zoveel verspilling, uitbuiting, CO2-uitstoot, en met het eindresultaat daarvan wordt vaak nooit iets gedaan. We moeten stoppen met weggooimeuk en meer mooie kleding maken. Recyclen. Vanuit nieuwe materialen spullen maken, zo kun je tegenwoordig uit koeienmest stoffen maken. Retailers hebben en krijgen steeds meer de verantwoordelijkheid om minder te maken, we moeten de huidige modecirkel doorbreken.”

Johannes: “De prijzen moeten omhoog, dan gaan retailers kleinere collecties voeren. Omdat er zoveel is, wordt er ook minder ingekocht. Wat er geproduceerd wordt moet beter, bewuster. Wat ik heel lang niet wist, is dat de prijsopbouw praktisch overal hetzelfde is.”

Remco: “Het is makkelijker voor veel ontwerpers om een nieuwe collectie te maken dan bestaande items te perfectioneren. Daar liggen veel kansen, buit je eigen ontwerpen uit tot ze perfect zijn. Doe aanpassingen daarin, qua kleur en stoffen, in plaats van ieder jaar met zoveel nieuwe modellen te komen die na een seizoen van de plank kunnen. En transparantie en communicatie worden steeds belangrijker. Het merk Everlane is daar een mooi voorbeeld van, zij voeren onder de term ‘radical transparency’ een beleid waarbij alle kosten voor de consument inzichtelijk zijn. Communicatie hiervan is cool en van nu. Mijn label Ontour heeft tachtig procent van de productie naar Europa gehaald en als retailers dit zien of horen, zien ze dat vaak als unique selling point. Niet ieder label kan en durft dit. Wij vinden het leuker om zo te werken, de kortere lijnen zijn makkelijker en het is duurzamer.”

Marlou: “We moeten jongeren eerder educeren over mode. Toen ik studeerde was het een kick om voor vijf euro wekelijks iets cools en nieuws bij H&M te scoren. Had ik toen geweten hoeveel leed en vervuiling dat met zich mee brengt, had ik daar meer rekening mee gehouden.

Peter: “Bij het AMFI hebben we twee jaar geleden het onderwijssysteem zo aangepast dat duurzaamheid een noodzakelijkheid in alle opdrachten zit. Maar sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn, Trump kun je ook niet mooi verpakken en daar moeten we het de komende vier jaar ook mee doen. Wij geven dus wel degelijk educatie over de verwerpelijkheid van fast fashion en bieden studenten ook de mogelijkheid om op een andere manier dan met een collectie af te studeren. Want van zeven instellingen per student een collectie is ook niet bepaald duurzaam, dat systeem willen we ook doorbreken. Er is nu bijvoorbeeld een studente aan het afstuderen met een onderzoek naar kleurpigmenten uit bacteriën, waar heel enthousiast op gereageerd wordt vanuit de modewereld. Alternatieve manieren zorgen voor een nieuw soort modeonderwijs.”

Uit het publiek reageert Christel van Rooij: “Ik hoorde laatst bij een lezing een advies dat ik zelf nu als uitgangspunt neem: draag een item minimaal 30 keer en koop het anders niet. Geen eendagsvliegen of miskopen meer. Ook zouden retailers meer verantwoordelijkheid hierin moeten nemen en dus betere kwaliteit aanbieden.”

3. Wat zal de rol van technologie in de mode-industrie worden?

Johannes: “De naaimachine blijft, maar we kunnen veel mooie tools toevoegen. In haute couture gaat het een grotere rol spelen. Eindeloos pailletten opzetten/patronen aanpassen met de hand, dat is straks niet meer nodig. Techniek maakt het mogelijk om op nieuwe manieren tot vormen te komen. Het stimuleren om nieuwe technieken te leren, dat zou van mij meer mogen. Ik heb geen les in technologie of elektronica gehad, wat achteraf geen overbodige luxe was geweest.”

Sunanda: “Er zijn heel veel niet voor de hand liggende technieken die iets kunnen toevoegen. Draden in kleding die hartslag kunnen meten, Alzheimerpatiënten prikkelen tot handelingen door middel van kleding, telefoon opladen met jas, zonnecellen etc. In praktische zin kan dit steeds meer opleveren en heeft het misschien niet zozeer met mode maar meer met functionaliteit te maken.”

Marlou: “Ik moet toegeven, ik ben best anti-technologie georiënteerd. Voor mij mist het gevoel. Als je zelf alles doet, is al dat craftmanship beter zichtbaar, merkbaar, tastbaar. Die handmatige craft geef ik door, als je dat commerciëler/automatischer maakt gaat dat misschien verloren?

Johannes: “Techniek helpt ons steeds meer, maar hoeft voor mij niet altijd functioneel te zijn. Het mag ook nutteloos, dat kan ook heel mooi zijn. En het kan ook een beperkende factor hebben, zoals VR. Dat is een communicatiemiddel, puur visueel. Persoonlijk ben ik wel klaar met plaatjes kijken en zo, ik wil iets aanraken, in het echt zien lopen, op een lichaam zien. Stof kunnen voelen, zien hoe iets beweegt. Alleen op die manier kan ik geraakt worden. De manier waarop we dingen laten zien in de mode is om die reden denk ik ook nog niet zo ver ontwikkelt, het principe van shows en presentaties is er om alle zintuigen te prikkelen.”

 

Remco: “Ik denk dat op korte termijn technologische optimalisaties veel kunnen uithalen: maten/modellen zien op lichamen scheelt dat mensen online vijf items in verschillende maten bestellen en er vier terugsturen. Neem bijvoorbeeld een inlegzooltje dat je in een bepaald soort schoen stopt en waarvan de data terug is gevoerd naar standaarden, die je kunt opgeven als je online schoenen koopt. Op lange termijn denk ik dat techniek kan beïnvloeden hoe mode gepresenteerd wordt aan pers en buyers, buying zou prima via VR kunnen.

Peter: Afgelopen jaar was er een afstudeerproject met één huidkleurig basispak dat middels techniek geoptimaliseerd kon worden. Door hologrammen konden kleuren, vormen etc. veranderen. Dat is bewezen duurzamer, het was spectaculair en vernieuwend. Maar toch bracht het voor mij niet de emotie van een kledingstuk over. Techniek gaat mode en modebeleving dus veranderen. Esthetiek is ook waarde.”

Liesbeth van Hout: “Technologie gaat altijd over hoogstandjes en visualisatie. Doe een stap terug, dan denk ik dat er in ontwikkeling van materialen, duurzaamheid en processen heel veel baat bij techniek is. Volgens mij sluiten ambachtelijkheid en technologie elkaar absoluut niet uit, het kan voor beide winst situaties opleveren. Het werken met vezels bijvoorbeeld, dat wordt al steeds vaker gedaan, maar het wordt niet gepresenteerd, dat is weinig zichtbaar.” 

4. Gaat de consumentenmarkt meer gender neutraal/gender blind worden?

Johannes: “Ik las toevallig laatst een boek over hoe mode gender neutraliteit toepast en de conclusie daarin is dat we dat op de verkeerde manier doen. Een vrouw met mannenkleding of een man met make-up is geen gender neutraliteit, maar juist polarisatie. Vrouwen hebben zich op veel vlakken de afgelopen jaren veel meer ontwikkeld. Wanneer komt het kantelpunt dat mannen daar ook in mee gaan? Er zijn veel mensen die zich niet man of vrouw voelen en iets sekse bepalends willen dragen. Ik denk dat daar nog een ontwikkeling gaat komen.”

Sunanda: “Culturele bepaling is van grote invloed. Hoe zie je een man in een jurk, of hoe zie je waar iets vandaan komt? De Westerse wereld heeft veel meer die scheiding dan je bijvoorbeeld in Azië ziet. Hier is het nog cliché: als ik kleding voor mijn zoontje van vijf koop is het aanbod superhelden en auto’s, voor meisjes is het roze en barbie. Ik ben benieuwd of het thema, dat nu een hot topic is, in de komende jaren ook echt iets gaat veranderen. Of we die acceptatie gaan krijgen.”

 

Remco: “Wat ik momenteel bij ons zie, is dat veel vrouwen de truien uit onze collectie dragen. Die zijn ontworpen voor mannen. Dat zie ik voorbijkomen op social media en dan gaan wij kijken naar een nieuwe vorm die daar uit kan komen. Ik denk dat mode steeds meer zo gaat werken, maar het onderscheid stropdas voor heren, rok voor dames, dat blijft nog wel even ben ik bang.”

Peter: “Het verschil tussen man en vrouw is erg verbonden met politieke en ook religieuze bewegingen. Dat kun je niet zomaar overboord zetten. Het zou wel een stuk duurzamer zijn: één pak voor vijf verschillende mensen.

Regina: “Wat is gender neutraal? Ik denk dat we best ver zijn met broeken, blouses, truien die door beiden gedragen worden. Maar in Azië is dat weer anders, daar zijn jurken, kimono’s etc. veel meer voor beide geslachten. De omgeving en politiek is belangrijk, het blijft een maatschappelijke kwestie.”

5. Hoe gaat de toekomst van de catwalk veranderen? Blijft de catwalkshow blijven of gaat dit tot de verleden tijd behoren?

Marlou: “Ik denk dat het een combinatie van beide wordt. Je ziet bijvoorbeeld dat Mercedes-Benz FashionWeek Amsterdam anders denkt over shows en helpt bij alternatieven. Mensen zitten er meer met hun telefoon dan dat ze echt kijken. Er is te weinig interactie met wat er gebeurt, geen real life feedback. Wat ze posten vinden ze interessant. Het is dus belangrijk om interactie te zoeken. Modellen die ergens staan en publiek dat ernaar toe kan komen om details te zien. Ik kan niet altijd omver geblazen worden door een show waar ik twee seconden kan kijken en een oordeel moet vellen.”

Johannes: “Je ziet mensen vaak indutten tijdens een show, het lijkt bijna belangrijker om de buitenwereld te laten weten dat je er bent dan dat het echt om de collectie gaat. Er gaat meer energie uit het gebouw dan erin. Ik denk dat we moeten kijken naar andere bewegingen, wat gebeurt er als je twintig mensen van het dak naar beneden laat vallen, wat gebeurt er dàn met de kleding? Die bewegingen zijn voor mij belangrijk, dat maakt interactie. Voor de Frans Molenaar-collectie ben ik ook niet bezig met een product dat ik middels een show ga verkopen, ik wil een volledige feeling, een trance bereiken die mensen doet veranderen. Het is als een frituurpan waar je ze even in kan dompelen en waar ze helemaal anders uitkomen.”

 

Sunanda: “Het is een proces hoe performance en presentatie gaan veranderen. Ik ben bezig met een ‘show’ waarbij het publiek actiever deel moet nemen (zondag 29 januari, red.). Je geeft met een show een sfeer of een gevoel mee wat niet noodzakelijkerwijs hoeft te zijn wat je verkoopt. Daarmee prikkel je de bezoeker om zelf tot actie over te gaan, wil die daar meer van weten of zien? Ik leg niet alle kaarten op tafel.
 

Remco: “De grote shows blijven, die zijn te noodzakelijk, te veel traditie om volledig af te schaffen. Maar wat je wel ziet bijvoorbeeld bij Louis Vuitton, dat ze zich niet houden aan de Fashion Week momenten, maar er ook buiten durven te gaan. En wat ik al eerder zei, buying en perspresentaties zouden ook prima via VR kunnen, dan hoef je ook niet met je hele karavaan de wereld over. Dat is super kostbaar en totaal niet duurzaam!”

Het publiek heeft hier ook duidelijk een mening over:

Dorien de Vries, office manager bij Jan Taminiau: “Voor de grote merken is een show ook iets wat geld in het laatje brengt, maar voor de kleinere huizen zal de huidige vorm van catwalkshows verdwijnen. Daarvoor is een hele show te kostbaar, dat zullen meer presentaties in kleinere vorm worden.”

Christel van Rooij van Store Concepts: “Shows zijn nu groots en opgeblazen, je ziet steeds vaker dat front row wordt gevraagd om niet met je telefoon te zitten maar echt contact te maken. Met je buren, maar vooral met de catwalk. De energie die in de ontwerpen zit, moet meer opleveren dan de twee seconden die je nu ziet en die vaak vluchtig worden gedeeld. De interactie rondom shows met groter.”

Regina Kok: “De shows en presentaties worden steeds meer een weergave van het werkelijke leven denk ik. En ik zie nu al de trend dat er meer beweging in de shows zit, er wordt bij shows gedanst, modellen verschillen steeds meer van postuur. Er wordt al steeds meer van de ongeschreven regels afgeweken.”

Marian Wigger van Zenggi: “Vroeger wekten de shows een hebberigheid op, door de exclusiviteit was het nog bijzonderder om iets te zien en pas een half jaar later te kunnen dragen. Tegenwoordig zijn veel items meteen al te koop zoals bij Burberry. Het verlangen naar iets nieuws is daardoor sneller voorbij, we zijn minder snel tevreden en willen niet meer wachten. Het einde van de catwalk is ingeluid door social media, bloggers en vloggers.”

6. Hoe gaan we in de toekomst kleding verkopen?

Marlou: “Ik kom uit een dorp en die lopen qua winkels helemaal leeg want de mensen trekken naar de randstad. Bij online aankopen mis ik toch de winkelervaring, zeker bij de luxere winkels. Bijvoorbeeld in Parijs waar gastvrijheid en de klant centraal staan, waar je een drankje krijgt. Bij H&M voel ik me echt een nummer. Dat persoonlijke contact is voor mij heel belangrijk, ik weet niet zo goed hoe je dat naar online kunt vertalen.”

Johannes: “Als ik iets maak voor de verkoop, dan maak ik het voor iemand. Ik ga naar die persoon toe, daar thuis langs, kijk in de kast en maak iets wat daar een toevoeging op is. Maatwerk, geen overproductie. Daar zie ik toekomst in. Grote merken zie ik juist weer terugkomen naar fysieke winkelruimten, voor hun is het als een advertentie, zichtbaarheid vergroten, er zijn.”

Peter: “Een bekend modeduo ging van acht naar één winkel terug omdat ze merkten dat mensen vooral kwamen om te kijken, passen, voelen maar vervolgens als het hun uitkwam pas gingen bestellen. Een mix naar on- en offline moet er komen.”

Christel van Rooij: “Wat ik zie bij mijn zoon is dat sociaal contact van belang is en de echtheid van een product. Jongeren informeren zich op het internet, gaan op zoek naar kleinere winkels voor een contact moment. Niet altijd met koopintentie.”

7. Wat heb je nodig als beginnend ontwerper: geld of toewijding?

Sunanda: “Toewijding is het allerbelangrijkst, er is financieel altijd een mouw aan te passen. Er zijn jaarlijks zoveel mensen die in de mode afstuderen en uitgaan van een topbaan in Parijs, Londen of New York. Dat daar maar zo weinig plek voor is, daar zijn veel mensen niet bewust van. Dat er zoveel opoffering, toewijding en volharding nodig is, dat het vooral investeren is, is voor veel mensen onbekend en daardoor een harde confrontatie. Om na je afstuderen verder te komen heb je geld nodig. Als je net begint krijg je nog wel prijzen/erkenning, maar voor de next steps is het een stuk lastiger.”

Johannes: “Ook daarom denk ik dat het goed is om minder te produceren, dan zijn de kosten ook lager. En verder is het zo belangrijk om een goed netwerk te hebben en dat zo jong mogelijk op te bouwen.”

Marlou: “Als je dedicated bent, je een visie hebt, en een collectie waarmee je mensen omver hebt kunnen blazen heb je al zoveel realiteitszin nodig om daar te komen. Ik ga voor mezelf beginnen, daar heb ik geld nodig en daarnaast werk ik voor de ervaring. Tijdens je studie moet je al bezig zijn met de next steps. Dat heb ik altijd gedaan, vooruitdenken. Je leert niet op de vakschool hoe het is om ondernemer te zijn.”

Marian: “Realiteitszin is heel belangrijk, sommigen ontpoppen zich tot diva’s. Ervaring opdoen bij iemand anders, ook al is het niet je eerste keus. Na vijf jaar opleiding heb je nog geen ervaring en denk ik dat je nog niets kan. Leer eerst van anderen.”

Peter: “We leiden studenten zeker niet op tot prinsen en prinsessen. Alleen een leuke collectie volstaat niet, dat geven we ze ook graag mee.”

Credits Headerimage: RVDA

ADVERTISEMENT