ADVERTISEMENT

Karim Adduchi werkt voor nieuwe collectie samen met vluchtelingen

Ontwerper gebruikt mode als medium voor verhalen

Karim Adduchi is pas 28 lentes jong, maar over zijn leven zou makkelijk een film gemaakt kunnen worden. Geboren in een Berber-familie in Imzouren in Marokko, verhuisde Adduchi als vijfjarige naar Barcelona met zijn familie. Naar school was hij nog nooit geweest, Spaans of Catalaans sprak hij niet; tekeningen werden zijn communicatiemiddel. De visuele taal omarmend kreeg hij uiteindelijk jarenlang intensief kunstonderwijs. In 2010 verhuisde hij naar Amsterdam, om mode te studeren aan de Gerrit Rietveld Academie. Sinds zijn afstudeercollectie ‘She Knows Why the Caged Bird Sings’ gooit Adduchi hoge ogen in de internationale modewereld. Na zijn tweede collectie ‘She Who Lives Behind the Courtyard Door’, de opening van Amsterdam FashionWeek juli 2016, werkt hij nu aan het derde deel in zijn drieluik: ‘She Has 99 Names’.

"ik ben letterlijk geboren onder een naaimachine"

Karim, hoe zou je jezelf eigenlijk omschrijven: als ontwerper of verhalenverhalen?

“Ik ben een verhalenverteller die mode en kunst gebruikt als medium en om bruggen te bouwen. Mode is voor mij een esthetiek om mensen iets te leren, to open their minds.”

© Michele Yong
1/14
© Michele Yong

Waarom koos je, naast kunst, voor de modewereld?

“Ik koos het niet, het kwam op mijn pad. Mijn ouders zijn allebei kleermakers, ik ben letterlijk geboren onder een naaimachine. Ik heb die naaimachine nog! Door mijn ouders zag ik kleding echter als gebruiksvoorwerp, niet als kunstvorm. Pas later begreep ik de kracht van mode om een verhaal te vertellen.”

Was dat op de Rietveld Academie?

“Eerder al. Ik heb zeventien jaar fine arts gestudeerd op een kunstinstituut. Elke dag studeerde ik na schooltijd vijf uur lang renaissancekunst: schilderen, beeldhouwen, kunstgeschiedenis en –theorie. Op mijn zestiende studeerde ik twee jaar aan de kunstacademie, daarna op de universiteit van Barcelona. Al die tijd was mode een stille stem in mijn hoofd. Ik had een soort angst voor de kracht ervan, geboren uit respect voor het ambacht. Toen ik naar Amsterdam verhuisde nam ik een fysieke afstand van mijn persoonlijke verhaal en kon ik mode gaan gebruiken om dat verhaal te vertellen.”

© Team Peter Stigter
2/14
© Team Peter Stigter
© Team Peter Stigter
3/14
© Team Peter Stigter
© Team Peter Stigter
4/14
© Team Peter Stigter

Toen je naar Barcelona kwam sprak je geen Spaans en gebruikte je tekeningen om jezelf uit te drukken. Hoe kwam je daarop?

“Ik had nog nooit op school gezeten, compleet in shock zat ik in de klas: ik kon met niemand praten, niet schrijven en wist niet wat tekenen was. Twee jaar lang was ik stil en bang. Leraren gaven me een vel, ik deed kinderen na en ging tekenen. De school zag mijn talent en studeerde me naar het kunstinstituut. Het werd steeds serieuzer, ik werd steeds beter. Kunst was mijn redding.”

"Nostalgie werd mijn drijfveer"

Hoe verhield je je toen tot Marokko?

“Ik leefde mijn leven in Spanje. Pas in Amsterdam verdiepte ik me in mijn Marokkaanse wortels. Tijdens Rietveld moest ik mijn achtergrond leren begrijpen: ik kende mijn eigen cultuur niet echt, totdat ik ver weg was van mijn ouders en Marokko. Nostalgie werd mijn drijfveer. Een goede ontwerper moet zichzelf kennen, pas dan kan je je persoonlijke verhalen naar een universeel verhaal vertalen. Uiteindelijk studeerde ik af met een collectie geïnspireerd op de Berber-vrouw. Mijn verhaal werd gelukkig begrepen door het Nederlandse publiek, en door buitenlandse pers.”

© Team Peter Stigter
5/14
© Team Peter Stigter
© Team Peter Stigter
6/14
© Team Peter Stigter
© Team Peter Stigter
7/14
© Team Peter Stigter

Nu werk je aan je nieuwe collectie, kan je daar wat over vertellen?

“In september wordt hij gepresenteerd; ik heb ruim de tijd genomen om dit verhaal te vertellen. De collectie heet ‘She has 99 names’, het is een feministische collectie. Ik wil de kracht van de vrouwfiguur laten zien, vertaald in urban en moderne looks.”

Voor je vorige collecties liet je stoffen in Marokko maken. Nu weer?

“Ja, dat is ook een reden waarom het maakproces lang is. Soms kost het weken om een stukje stof met de hand te laten weven. Ik wil dat het publiek alle handgemaakte details goed zien. Dat hele onderzoek- en maakproces tekent mij als ontwerper. Ik wil die Marokkaanse stoffen blijven gebruiken, uit respect en liefde voor het ambacht daar. ‘

"ik wil vooroordelen over bijvoorbeeld vluchtelingen of Marokko de kop in drukken"

Ik las dat je geen politieke ontwerper wil zijn, maar je zet – terecht - je geboorteland ook op een positieve manier in de schijnwerpers. Ben je er dan niet mee bezig dat sommige Europeanen een negatieve connotatie hebben met Marokko?

“Wat ik bedoel met geen politieke ontwerper zijn, is dat ik geen expliciete tekst-statement op T-shirts zal zetten met ‘I love Marocco’. Ik wil de schoonheid en ambacht van mijn geboorteland op een moderne manier laten zien. En ja, ik wil ook vooroordelen over bijvoorbeeld vluchtelingen of Marokko de kop in drukken.”

Voor je nieuwe collectie werk je samen met schoolkinderen en vluchtelingen. Waarom?

“Ik wil mensen samenbrengen en laten zien hoe mode van de catwalk naar een ‘store’ kan gaan, maar ook naar een ‘story’. De verhalen en achtergronden van al deze mensen gebruik ik als draad om een stof te maken, en uiteindelijk een hele collectie. De show is het resultaat van die samenwerking tussen mij en die vluchtelingen. Ik werk nu bijvoorbeeld met een houtbewerker uit Aleppo en met een metaalbewerker, hun achtergronden samenbrengen met mijn outfits is zo bijzonder.”

Hoe is het om met deze, waarschijnlijk getraumatiseerde mensen, te werken?

“Heartbreaking, maar ook zo inspirerend. Ze zijn alles kwijt, hun vrienden, familie en huis, maar blijven lachen en vechten om een beter leven op te bouwen. Zij bewijzen: laat je geschiedenis niet je toekomst bepalen. Ik werk met zo’n twintig mensen samen – dokters, huisvrouwen, ambachtsmensen – aan mijn collectie. Er is bijvoorbeeld ook een filmmaker die het maakproces van de collectie filmt. Iedereen zet zijn eigen kwaliteiten in. Als dank neem ik ze ook mee op pad, we doen leuke dingen samen. Het geeft me echt energie!”

En de schoolkinderen, wie zijn dat?

“Dat is een klasje van zo’n tien Amsterdamse schoolkinderen tussen de acht en twaalf jaar die zich vrijwillig hebben opgegeven. Ik leer hun hoe ze hun ervaringen om kunnen zetten in een outfit. Ik vroeg ze bijvoorbeeld een foto van hun moeder mee te nemen, een detail daaruit moeten ze vertalen in een stofprint. Al die stoffen combineer ik in een outfit in mijn nieuwe show. Sommige van de kinderen hebben een bijzondere achtergrond. Zo was er een jongetje met best wat agressie in zich. Ik leer hem dat uit te leven in kunst, door verf op een stof te gooien. Inmiddels gaat hij naar huis met een grote glimlach, dat is zo mooi. Ik ben niet opgeleid tot leraar, maar praat met hem vanuit mijn hart.” 

Maak je eigenlijk nog kunst?

“Ja ik schilder nog; mijn werken verkoop ik. Dat is mijn grootste bron van inkomsten, mijn mode verkoop ik nog niet. Ik heb binnenkort een tentoonstelling in WOW Amsterdam, daarna in een galerie, en volgende week op de KunstRAI. Daar laat ik ook vijf outfits van mijn laatste collectie zien. Iedereen is welkom!”

© Karim Adduchi
8/14
© Karim Adduchi
© Karim Adduchi
9/14
© Karim Adduchi
© Karim Adduchi
10/14
© Karim Adduchi
© Karim Adduchi
11/14
© Karim Adduchi
© Karim Adduchi
12/14
© Karim Adduchi
13/14
© Karim Adduchi
14/14
© Karim Adduchi
ADVERTISEMENT